Schaken in het buitengewoon onderwijs

Type 1, 8, 3 … schaken?
Buitengewoon onderwijs en schaken, het lijkt een tegenspraak en toch… We zijn aan het derde schooljaar toe en iedereen is nog enthousiast.
Het begon als een luidop denken: "Zou dat mogelijk zijn? Werd dit elders in ons land reeds geprobeerd? Hebben we de nodige kennis?" En ja, na onderling overleg en gesprekken met de directie en de leerkrachten leek het de moeite waard.

Schaken kun je in verschillende vormen en op verschillende niveau's. Het veronderstelt wel dat diegenen die het aan de kinderen moeten bijbrengen op de hoogte moeten zijn van schaken en van de ontwikkeling van kinderen. Wij konden mekaar goed aanvullen: Hans Peschl is schaaktrainer Griet Dekuyper is ontwikkelingspsychologe.

Wat willen we bereiken met deze kinderen?

Wij willen deze kinderen laten proeven van het spel "schaken" o.a. de eigenschappen, de regels, etiketten, strategieën. Terwijl zij de beginselen proberen onder de knie te krijgen leren ze observeren, ordenen, rekenen, juist beslissen, structureren enz. Daarnaast ontwikkelen ze attitudes zoals geconcentreerd en beheerst werken, volharden en geduldig zijn.
En tenslotte willen we deze kinderen, die het soms op cognitief vlak in onze samenleving wat moeilijker kunnen hebben, sociale vaardigheden bijbrengen zoals leren winnen en verliezen, geduld hebben, een gezonde wedijver aan de dag leggen, aanvaarden van eigen verantwoordelijkheid, zelfvertrouwen en positief zelfbeeld opbouwen.

Wekelijks trekken we naar de school. Schaken is als een gewoon vak ingeroosterd en zo komen we aan een 70-tal uren per klas per schooljaar. We eindigen met een tornooi.
De manier van werken met deze kinderen hebben we aangepast:
- we nemen kleine stapjes;
- we gaan traag vooruit;
- er wordt wekelijks herhaald;
- we maken op voorhand goed duidelijk wat we gaan leren en waarom;
- de kinderen moeten veel verwoorden
- een oefenblad bevat een beperkt aantal oefeningen om de motivatie scherp te houden.

Iedere les begint met een herhaling, vervolgens een tiental minuten theorie, een oefenblad en de overblijvende tijd wordt er gespeeld. Aangezien we vóór de speeltijd gepland zijn, spelen sommige kinderen verder tijdens de speeltijd.
We hebben geen bepaald niveau voorogen. We gaan stapsgewijs vooruit en bewaken of de kinderen zoveel mogelijk met zijn allen mee zijn en dat ze gemotiveerd blijven. Doordat sommigen reeds van het derde jaar meedoen differentieert Hans de oefeningen en bij het spel komen we soms tussen in het samenstellen van de paren.

Dit jaar schaken we met een klas type 1 en 8 van 12 kinderen en een klas type 3 met 5 jongens. De ruggesteun van de klastitularis is een gewaardeerde hulp.

In de groep van type 1 en 8 gaat her er rustig aan toe. De schaaktechnische inzichten vragen veel tijd en herhaling maar anderzijds is er een sfeer van verdraagzaamheid en wederzijds aanvaarden. De leerlingen maken mekaar niet uit, lachen mekaar niet uit, intimideren niet. Winnen en verliezen lijken bijna even leuk.
In de groep type 3 ligt het omgekeerd: inzichtelijk en schaaktechnisch gaat het vlotter. Er is echter veel meer leiding en overtuigingskracht nodig om het spel in goede banen te leiden: de leerlingen jennen mekaar, hebben plezier in het verlies van de ander, ze concentreren zich op het gedrag, de reacties van de tegenspeler i.p.v. op het spel. Er hangt een minder gezonde spanning in de lucht: "ik moet de andere raken zodat hij slechter gaat spelen, ik moet hem kwaad krijgen." In de loop van het schooljaar zien we wel een lichte verbetering in de interacties, nl. dat ze zich ook beter aan de afspraken houden. Doch kleine voorvallen of onvoorziene omstandigheden kunnen de sfeer in een mum van tijd doen omslaan.
Wekelijkse evaluaties en overleg met de klastitularissen is een must om op het juiste spoor te blijven.

Schaken met kinderen in het buitengewoon onderwijs is wel degelijk mogelijk, het is leuk voor de kinderen en voor ons maar kennis van de schaakprocessen, van de ontwikkeling van kinderen en ervaring met deze kinderen zijn een absolute vereiste.

Griet Dekuyper - ontwikkelingspsychologe

Top