1989 : Hoe schaken grootmeesters?
Tartakower, een Russische grootmeester, sprak eens de gevleugelde woorden: 'Winnaar is degene die de op één na laatste fout maakt'. De conclusie is dus eenvoudig: probeer zo weinig fouten te maken. Maar hoe gaat dat in zijn werk? Van verschillende grootmeesters is geweten dat zij allen zo hun eigen methode hadden:
Ex-wereldkampioen Botwinnik speelde oefenpartijen waarbij hij de tegenstander constant rook in zijn richting liet blazen …
Grootmeester Beljavski heeft de gewoonte om bij wijze van opwarming een kwartier voor de partij begint voor het bord te gaan zitten…
Grootmeester Vlastimil Hort maakt voor zijn partij graag een kleine wandeling …. In de ogen van de wereldkampioen Bobby Fischer is het eigenlijk eenvoudig en moet een schaker slechts twee eigenschappen bezitten: een getraind geheugen (om alle openingen te onthouden) en ongebreidelde fantasie (om alle varianten door te rekenen).
Misschien wat simplistisch voorgesteld, maar de praktijk leert dat veel clubschakers niet de tijd en goesting hebben om theorie te blokken en vooral vertrouwen op hun fantasie en concentratievermogen (lees intuitie). Net als bij de grootmeesters blijkt dat de grijze cellen niet altijd even betrouwbaar zijn, komt men vaak te laat tot het besef dat er wat mis is en moet men vaststellen dat men iets over het hoofd gezien heeft. Hij kan dan allen maar hopen dat hij niet de laatste fout gemaakt heeft. Tja… en zo komen we weer bij de gevleugelde woorden van Tartakower.