1988 : Schaakontwikkeling bij kinderen


Hoe leert een kind schaken?
Bron: Stappenmethode (Rob Brunia en Cor van Wijgerden)

Hoe leert een kind schaken?
Het schaakspel heeft een bijzondere aantrekkingskracht voor kinderen. De schaakstukken zijn niet alleen verschillend van vorm maar bewegen elk ook op een eigen specifieke manier. Vooral het paard met zijn “rare” sprong vraagt bijzondere aandacht. Belangrijk voor kinderen is ook dat zij volledig de baas kunnen spelen op het schaakbord, wel te verstaan over hun eigen schaakstukken, en dat is wat het net zo leuk maakt! Ze krijgen het gevoel van slim en sterk te zijn in tegenstelling tot vele andere spelletjes die op geluk zijn gebaseerd.

De eerste fase: materiaalfase

Kinderen houden per definitie niet van theoretische studies, ze doen het liever. Bij het schaken is dit niet anders. In een eerste fase wordt de kinderen zo snel mogelijk het bord met zijn kenmerken en de loop der stukken aangeleerd, zodat ze al kleine spelletjes kunnen beginnen spelen. Voor de kinderen gaat meteen een nieuwe wereld open. Ze kiezen meestal een lievelingsstuk en gaan ermee op rooftocht bij de tegenstander. Het waardeverschil tussen de stukken is voor hen helemaal niet belangrijk en als ze een stuk verliezen nemen ze met alle gemak het volgende stuk en het spel gaat verder. De buit wordt netjes gerangschikt naast het bord. Ik heb zeven stukken, jij maar vijf! De schaakleerkrachten zien het allemaal graag gebeuren. Het is nog lang niet het echte schaken, maar de kinderen raken vertrouwd met het bord en de loop der stukken. Het puur en instinctief spelen op materiaal in deze eerste fase noemen wij dan ook de materiaalfase. Het is zeer belangrijk om het kind voldoende tijd te geven om deze fase volledig te doorlopen want een overbelasten met analyses of matcombinaties zal enkel de vreugde aan het spel bederven.

De tweede fase: ruimtelijke fase

Systematisch worden de verschillende aspecten van het schaken behandeld waarbij thema’s als aanval en verdediging, het waardeverschil tussen de verschillende stukken, schaak geven, de voordelige ruil… worden behandeld. Keer op keer worden de lessen toegelicht met talrijke voorbeeldstellingen op het grote demonstratiebord. Er worden een heleboel oefeningen gemaakt en tijdens het spel wordt de leerstof in praktijk gebracht. Al spelenderwijze gaat het kind met de beweging der stukken het volledige bord gebruiken en krijgt het inzicht in het ruimtelijk aspect van het schaakbord. De invloed van de verschillende stukken op elkaar begint een rol te spelen. Eenvoudige matcombinaties, het opstellen van een valletje om een waardevol stuk van de tegenstander te winnen en het mat zetten (ook al gebeurt dit dikwijls nog maar toevallig) geeft het schaakspel een nieuwe dimensie en is een nieuwe uitdaging voor de kinderen. De overgang van de vorige fase naar deze ruimtelijke fase gebeurt niet plotseling, doch in een evolutie die zich over verschillende maanden zal voltrekken.

De derde fase: tijdfase

Geleidelijk aan wordt de schaakkennis bij de kinderen verder opgebouwd. Na enkele jaren zijn ze immers al in staat om een behoorlijke partij te spelen waarbij ze de opgedane kennis consequent toepassen in hun partij. Beperkte analyse van de stelling, het opstellen van “plannetjes”, het zoeken naar “matbeelden” krijgt meer en meer vorm. Er wordt niet meer gespeeld met het lievelingsstuk, het aantal schaakstukken dat ik verover van de tegenstander is niet altijd belangrijk, de stukken staan helemaal niet meer zo netjes langs het bord… Dat wat in het begin allemaal zo plezant en belangrijk was voor de kinderen wordt langzaam maar zeker naar de achtergrond verbannen. Het schaakspel krijgt eens te meer een nieuwe dimensie en uitdaging. De kinderen krijgen inzicht in het schaakspel, leren begrijpen dat de zet die ik nu doe later cruciaal kan zijn voor winst of verlies. Evenzeer wordt het duidelijk dat bepaalde zetten uit het verleden het verloop van de schaakpartij onherroepelijk kunnen beïnvloeden. Het tijdsaspect in een schaakpartij wordt voor de kinderen duidelijk. Langzamerhand zal een overgang plaats vinden van de ruimtelijke fase naar de tijdsfase. Op dit niveau, dat ze na drie jaar bereiken zijn ze geduchte tegenstanders voor de huisschakers. Ouders, grootouders… wees op uw hoede, want het zou eens kunnen zijn dat je tegenover een komende schaakkampioen zit!

Top