2003 : Interpelatie van Mevr. M. Vanderpoorten, Vlaams Minister van onderwijs en vorming.
Op 4 december 2003 werd Mevrouw Marleen Vanderpoorten, Vlaams Minister van onderwijs en vorming, in
het Vlaams parlement geinterpelleerd. Uit haar antwoorden blijkt andermaal duidelijk dat schaken op
school, zowel tijdens de pauze als tijdens de regulaire lesuren, is toegelaten.
Zij wil het echter niet bevorderen en laat de scholen hierin vrij.
Is de minister op de hoogte van dergelijke initiatieven? Waar wordt het nog toegepast? In een aantal Vlaamse basisscholen krijgen de kinderen de gelegenheid om te schaken, tijdens de pauzes of tijdens de lessen. Het aantal scholen blijft echter beperkt. Meestal gaat het om initiatieven van leraren die zelf schaken en overtuigd zijn van de meerwaarde ervan. In landen met meer schaaktraditie, bijvoorbeeld Nederland, Canada of de Verenigde Staten, zijn er meer scholen die schaak opnemen in hun programma. Op 2000 Nederlandse basisscholen bijvoorbeeld wordt er schaakonderricht gegeven, vaak zelfs als onderdeel van het lessenrooster.
Wat vindt de minister van schaken op school?
Schaken op school kan als differentiatieactiviteit een meerwaarde hebben, Vaak wordt hiervoor gekozen voor de meerbegaafde leerlingen. Schaken houdt voor hen de uitdaging in om steeds meer en moeilijkere combinaties te onthouden en te reproduceren. Zo bestaan er trouwens ook softwarepakketten die geschikt zijn als verrijkingsmateriaal. Kinderen krijgen zo de gelegenheid om te spelen tegen steeds sterkere tegenstanders en kunnen partijen bestuderen van grootmeesters. Zij bestuderen partijen uit de schaakhistorie en proberen die na te spelen. De kennis die schaakexperts opbouwen is domeinspecifieke kennis van een uitgebreid aantal schaakposities en bij horende efficiënte 'als-dan-regels'. Het werk van A.D. De Groot 'Het denken van de schaker. Een experimenteel-psychologische studie' uit 1946 was indertijd baanbrekend en de conclusies houden ook nu nog stand. Door vergelijking van schaakexperts met beginnelingen kwam De Groot tot de vaststelling dat experts in staat zijn om een schaakstelling op te vatten als een beperkt aantal zinvolle deelstructuren, die ze goed kunnen overzien en onthouden, terwijl beginnende schakers veel meer individuele stukken waarnemen. Met behulp van hun uitgebreide kennis van posities zijn experts in staat om concrete schaakstellingen te herkennen en daar bijpassende gekende oplossingen te voorzien.
De zogenaamde overdrachtseffecten (transfer) van schaakonderwijs op andere probleemoplossende vaardigheden is echter nog onvoldoende aangetoond, zeker bij kinderen. De veronderstelling dat schaken te maken heeft met een productieve en creatieve manier van denken zoals alternatieven kunnen onderscheiden, systematisch opties afzoeken, zelfstandig beslissingen nemen of voorwaardelijk en vooruit Ieren denken, is bij volwassenen onderzocht via retrospectieve interviews. Het onderzoek bij kinderen is echter zeer beperkt. Het Vlaamse en Nederlandse onderzoek op basisscholen (Verhofstadt- Deneve, 1981) en van Delft (1992) toont een positieve samenhang tussen schaakonderwijs en leerresultaten. De onderzoeksbasis voor deze samenhang is echter beperkt. Amerikaans onderzoek wijst dan weer op positieve neveneffecten zoals verbetering van de concentratie. Algemeen kan men stellen dat het onderzoek naar de meerwaarde van schaken voor kinderen beperkt is en dat de onderzoeksresultaten zeker niet eenduidig zijn.
Hoe kunnen we dit aanmoedigen?
Het is maar de vraag of schaken op de basisschool moet worden aangemoedigd. Schaken kan zeker ingeschakeld worden als differentiatieactiviteit. Er is echter te weinig evidentie om aan te nemen dat schaken en schaakonderwijs voor alle kinderen een goede investering zou zijn. Zeker als daarvoor andere belangrijke zaken zouden moeten wijken. Ik ben ervan overtuigd dat schaken een aangenaam middel kan zijn, het is echter geen doel op zich. Er zijn trouwens nog heel wat andere gezelschapsspelen die op de basisschool didactisch kunnen worden aangewend. Denk aan Memory, Mastermind of Scrabble. Kinderen steken daar niet alleen cognitief wat van op (geheugentraining, woordenschat) maar ze leren zich ook aan de regels te houden, zich te concentreren voor een bepaalde periode of ze leren verliezen. Dat zijn belangrijke zaken waarin kinderen niet alleen thuis maar ook op school zich moeten kunnen oefenen. Op school is het toegestaan om op een leuke manier te leren, maar dat kan ook op andere manieren dan via schaken. Ik wil de scholen, leraren en kinderen daarin zeker vrij laten.